Normandië: Klassiekers en nieuwe creativiteit
7-daagse Groepsreis (Nederlandstalig)- Frankrijk
- Cultuur
- Kunst
- Archeologie
- Groepsreis (Nederlandstalig)
- +5

door drs. Angélique van der Horst
De Franse architect Auguste Perret (1874-1954) kreeg toen hij 71 jaar was het project van zijn leven in Le Havre: het hart van de havenstad was in de Tweede Wereldoorlog volledig platgebombardeerd. De gemeenteraad wilde – liefst zo snel mogelijk – in één stijl een heel nieuw centrum bouwen. Eigenlijk had Le Havre Le Corbusier op het oog voor de wederopbouw. Maar er waren twijfels: de beroemde architect stond erom bekend dat hij altijd veel meer geld uitgaf dan er was begroot. Perret was een veiligere keuze.
Al op jonge leeftijd was Auguste ervan overtuigd dat beton de steen was van de toekomst. Samen met zijn broer Claude en Gustave, specialiseerde hij zich begin 20ste eeuw binnen het bouwbedrijf van hun vader in het bouwen met gewapend beton. In die tijd werd door de meeste architecten nog flink op beton neergekeken. ‘Iedereen begon te joelen toen er een les over was op de Kunstacademie,’ zei Le Corbusier. Het materiaal was meer iets voor bruggen tunnels of graansilo’s, niet voor een kerk, een opera of een huis. Na de Tweede Wereldoorlog was inmiddels duidelijk dat beton én goedkoop was én artistiek verantwoord én dat je er heel snel mee kon werken. Ideaal voor het project in Le Havre. Perret verzamelde zeventien andere architecten om zich heen en ging in 1945 aan de slag. Hij heeft het nooit helemaal af gezien, want pas in 1964, tien jaar na zijn dood was alles klaar.
Door een bizar toeval was in het centrum van Le Havre na de oorlog alleen het monument voor de Gevallenen in de Eerste Wereldoorlog overeind gebleven. Daar is vervolgens alles omheen gebouwd in een modernistische stijl, functioneel maar ook ambachtelijk. Een stadhuis, flats, winkels en kantoren. Het duurde even voordat de bewoners van Le Havre het ontwerp van Perret omarmden. Maar de twijfels zijn weg. Perrets liefde voor beton spat nog altijd van de gevels, pilaren en muren. Hij liet het materiaal terugkomen in allerlei varianten en koos er bewust voor om het overal open en bloot te laten zien.
Zijn absolute meesterwerk in Le Havre is de kathedraal Saint Joseph. De toenmalige priester Marie had een goede band met de architect. Er gaan in Le Havre verhalen rond dat Perret agnost was toen hij met de klus begon en dat hij tijdens het bouwen bekeerd is tot het katholieke geloof. En of dat nou waar is of niet: met de 110 meter hoge betonnen kerktoren heeft hij niet alleen een indrukwekkend herdenkingsmonument neergezet voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Le Havre, hij heeft ook een religieuze vuurtoren gebouwd, een baken van geloof voor de bewoners, voor passanten én voor de Amerika-gangers die na de oorlog vanuit de haven van Le Havre de sprong maakten naar de Nieuwe Wereld. De toren is het gebouw dat het langst vanaf zee te zien is.
Je moet de kathedraal van buiten bekijken als het avond is (dan staat het prachtig in de schijnwerpers) en van binnen als het licht is: de zon zorgt dan voor een doorlopende lichtshow, een kleurenspel waar geen eind aan komt. Ontwerper Marguerite Huré verrijkte de betonnen kolos met ruim 12.000 stukken glas in (slechts) zeven kleuren. Een magisch concept. Het meest imposant is het als je onder de achthoekige toren je blik naar boven richt. Hoe hoger het glas, hoe lichter het wordt. Helemaal bovenin hangt een wolk van wit. Alsof je recht de hemel inkijkt.
Onze thematische cultuurreizen worden verrijkt door deskundige specialisten uit het vak die graag hun expertise en kennis met u delen.